|


| LEADER+
Op 14 april 2000 heeft de Europese Commissie de richtsnoeren voor deze subsidieregeling vastgesteld. De naam LEADER+ is een Frans acroniem: Liaison Entre Actions de Developpement de l'Economie Rurale ('samenwerking voor plattelandsontwikkeling'). Overigens heeft de naam een Engelstalige uitspraak. Het plus-teken achter de naam staat voor de kwalitatieve verbeteringen die de Europese Commissie beoogt ten opzichte van de voorgaande LEADER-Programma's, LEADER I (1991 tot 1993) en LEADER II (1994 tot 1999). De Europese Commissie stimuleert door middel van dit Programma het zoeken naar nieuwe wegen voor de ontwikkeling van het platteland. Projecten die binnen dit Programma in uitvoering worden genomen dienen een innovatief, experimenteel karakter te hebben. Meer dan in andere Europese Programma's kunnen initiatieven in uitvoering worden genomen waarvan de uitkomst van tevoren niet volstrekt helder is. Populair gezegd: er mag eens iets mislukken, dit is inherent aan experimenteren. Daarnaast dienen de initiatieven een kleinschalig karakter te hebben ('de revolutie begint in de straat') en dienen de resultaten ervan overdraagbaar te zijn op andere plattelandsgebieden. Tenslotte wordt, meer dan in andere Europese Programma's, binnen LEADER+ het bottom-up karakter benadrukt. Dit bottom-up karakter wordt gestalte gegeven door in ieder LEADER+ -gebied een zg. Plaatselijke Groep in te stellen. Een Plaatselijke Groep is een samenwerkingsverband van partners die bij de ontwikkeling van het platteland in de regio betrokken zijn. De samenstelling van de PG Midden-Noord-Zeeland treft u elders op deze website aan.
  
Het LEADER+ -Programma is voor wat Zeeland boven de Westerschelde betreft niet 'regio-dekkend'. Naast de stedelijke kernen van Zierikzee, Goes, Middelburg en Vlissingen vallen bovendien enkele wezenlijke plattelandsgebieden buiten de LEADER+ -regio. Dit heeft alles te maken met de door de Europese Commissie voorgeschreven criteria inzake bevolkingsomvang en -dichtheid. Voor projecten en initiatieven die zich buiten de LEADER+ -regio afspelen kan geen beroep gedaan worden op een bijdrage in het kader van LEADER+. Misschien komt het projectvoorstel echter wèl in aanmerking voor een bijdrage uit een ander subsidieprogramma (In dat geval is het zinvol contact op te nemen met het 'loket Vitaal Platteland Zeeland', zie onde 'subsidie). In het door de Plaatselijke Groep opgestelde Ontwikkelingsplan is de geografische afbakening van de regio opgenomen. Zoals in het voorgaande reeds uiteengezet is, dient binnen prioriteit I, vrij vertaald de regionale projecten, een keuze gemaakt te worden uit vier thema's. Rond dit (deze) gekozen thema ('s) dient de ontwikkelingsstrategie opgebouwd te worden. De Plaatselijke Groep MN -Zeeland heeft met name ingezet op verbetering van de leefbaarheid in de regio. Naar de mening van de PG krijgt leefbaarheid gestalte door twee complemtaire aan elkaar zijnde thema;s te selecteren nl. de thema's 2 (Verbetering van de levenskwaliteit in plattelandsgebieden) en 4 (Valorisatie van de natuurlijke en culturele hulpbronnen). Voor de uitwerking van de thema's wordt verwezen naar het Ontwikkelingsplan. Samengevat kan gesteld worden dat de algemene strategie gericht is op de volgende doelen:
- Verbeteren van de beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen
- Behouden en versterken van de eigen regionale identiteit
- Behouden en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige (agrarische) beroepsbevolking en werkgelegenheid
- Bevorderen van gelijke kansen
- Vergroten van de attractiviteit van het gebied
- Behouden en versterken van de natuurlijke leefomgeving
- Verbeteren van de ecologische basis voor de landbouw
- Realiseren van duurzaam waterbeheer
- Duurzaam versterken van de toeristisch-recreatieve sector
Voor alle in uitvoering te nemen projecten geldt dus dat ze een bijdrage dienen te leveren aan één van deze beoogde doelen. Van het voor Zeeland beschikbare budget van € 7,7 miljoen is, wederom op basis van het in aanmerking komende grondgebied, 56 % beschikbaar voor de regio boven de Westerschelde: ruim € 4,3 miljoen voor de periode 2000 - 2006. Verreweg het grootste deel van dit budget zal besteed worden aan regionale projecten. Een klein gedeelte is geoormerkt voor de prioriteiten II, samenwerking, en III, netwerkvorming.
|